Pas geleden kreeg op Twitter de vraag: is 14 km trainen voor de marathon genoeg of zijn Stans en Koen gek geworden? Hierbij werd verwezen naar een blog van Koen. Mijn antwoord was dat daar meer over te zeggen valt dan ik in 140 tekens kan krijgen. Daarom nu dit blogje, waarin ik iets meer tekens heb om antwoord te geven.

Koen de Jong zelf stelde deze voor hem (naar ik aanneem) retorische vraag en refereert daarmee aan het boek “Ik, hardloper” dat hij samen met Stans van der Poel heeft geschreven. Daarin staat een marathonschema waarin de langste trainingsafstand 14 kilometer bedraagt. Ik ben uiteraard een fan van Stans en Koen: ik heb bij hen de opleidingen ademtherapie en inspanningsfysiologie gevolgd en ben sinds enige tijd EnergyControl-coach. Maar op de eerste plaats ben ik ChiRunning-instructeur. En het marathonschema van ChiRunning kent lange duurlopen die kunnen oplopen tot ruim 38 kilometer. Dat is nogal een verschil!

Een van de redenen voor Stans en Koen om lange duurlopen af te raden, is dat het een zware belasting is voor het lichaam. En daarin moet ik ze zeker gelijk geven, wanneer iemand ze zonder enige aandacht voor de belasting van het lichaam loopt. De reden dat wij ChiRunners zo vrolijk onze lange duurlopen doen, is dat wij altijd al onze trainingen op basis van een veel minder belastende looptechniek uitvoeren. Een lange duurloop is voor ons eigenlijk een wat langer dan gemiddelde oefening in techniek.  Wij trainen vanaf het begin om onze focus op de techniek te behouden en constant met body sensing na te gaan hoe ons lichaam er voor staat. Een lange duurloop van 30 of 35 kilometer (of langer) is voor getrainde loper met een goede Chi-techniek niet bijzonder belastend. Het voordeel van echt lange duurlopen is dat je de duur van de inspanning die je te wachten staat tijdens de marathon gemakkelijk aankunt. Daarbij zijn die lange duurlopen voor ons ook “wedstrijdspecifieke” training: we proberen zoveel mogelijk elementen erin te vangen die we ook tijdens de geplande wedstrijd gaan tegenkomen. De marathon lopen is na zo’n schema niet meer zo’n “big deal”: je weet dat je het kunt.

De essentie van de ChiRunning-schema’s is dat je aldoor bezig bent je techniek te verbeteren. Het lopen van lange duurlopen wordt steeds gemakkelijker, omdat je technisch gezien steeds beter gaat lopen. En ze hebben, los van de wedstrijd, ook hun eigen specifieke doel. In zijn laatste interview zegt Danny: “Long distance running trains you in patience, internal focus, relaxation and letting things be”. Dit zijn belangrijke zaken voor iemand die de marathon wil lopen.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het aantal kilometers dat je loopt in je training nu ook weer niet zo belangrijk is. Je techniek is uit ChiRunning-oogpunt vele malen belangrijker. Mis je door tijdgebrek wat kilometers, dan wil dat niet zeggen dat je je wedstrijd niet zou kunnen lopen. Je moet wellicht andere verwachtingen hebben ten aanzien van de eindtijd, maar verder ook niet, zolang je techniek maar op orde is.

Bij de schema’s van Stans en Koen draait het dus ook niet om het aantal kilometers, maar gaat het erom dat je slim traint, namelijk in de juiste zone en met oog voor je energieverbruik en herstel, zodat je inspanningsfysiologisch gezien optimaal traint. En dat terwijl je zo min mogelijk tijd spendeert aan je trainingen: het voornoemde schema is vooral bedoeld voor degenen die er weinig tijd aan willen of kunnen spenderen, maar toch een marathon willen lopen. Daarbij zou ik willen opmerken dat er natuurlijk wel een zeker blessurerisico is, omdat je lichaam niet gewend is aan die langdurige belasting. En ook voor deze schema’s geldt uiteraard dat het volbrengen van de marathon je nog makkelijker afgaat als je dat doet met een goede looptechniek.

Opeens lijkt de tegenstelling tussen de twee types schema niet meer te bestaan. Welk schema je kiest is vooral afhankelijk van wie je bent en wat je wilt. Voor mij als ChiRunner komt de techniek altijd op de eerste plaats: ik zou niet anders meer kunnen. Bovendien houd ik van de lange duurlopen. Daarbij train ik in de juiste harslagzones en dat levert me natuurlijk ook veel op. Het een sluit het ander gelukkig niet uit. Als je je techniek eenmaal op orde hebt en weet dat je die gedurende langere tijd in de gaten kunt houden en corrigeren als dat nodig is, dan kun je je schema (welk schema dan ook) vervolgens heel goed op hartslag lopen. De EnergyControl-methode geeft je ontzettend veel informatie over je fitheid en gezondheid en over de trainingszones die bij jou passen. Het duur2-tempo van “Ik, hardloper” kun je rechtstreeks overnemen als tempo voor de “tweede versnelling” in de ChiRunning-schema’s. En zo kun je van beide invalshoeken optimaal gebruik maken.

Zijn Stans en Koen gek geworden? Zeker niet. Wat voor schema je uiteindelijk het beste kunt kiezen, hangt vooral af van wat je ermee wilt bereiken en dat kan meer zijn dan alleen het lopen van een marathon. En daarbij: een schema is altijd een leidraad en geen keurslijf. Het belangrijkste uitgangspunt dat je moet hanteren is dat je nooit sneller of langer loopt dan je techniek en conditie je toestaan. En dat betekent dat je altijd vooral goed naar je lichaam moet luisteren.

Interessant of leuk? Wil je het dan delen met anderen? Dank je wel. 

Terug naar overzicht...